Regenboogkind

Manon, Lone, Jakob en George zijn twee homoseksuele echtparen die ongeveer een jaar geleden met elkaar in contact kwamen via de Deense site Regnbuebarn (Regenboogkind). Deze site is gericht op hetero's, homo's en lesbo's die graag een kind willen én een man/vrouw om het co-ouderschap mee te delen.

Dat is een groeiende behoefte: het aantal profielen is afgelopen jaar explosief gegroeid naar 1000. Dat zijn ongeveer even veel vrouwen als mannen.

Co-ouderschap met vier ouders (2+2) is voorzichtig in opkomst in Scandinavië, volgens Niels Christian Larsen, de initiatiefnemer van de website. De meest voorkomende constructie is nog steeds drie ouders met een deelkind, bijvoorbeeld een homopaar met een heteroseksuele vrouw of een lesbisch paar met een heteroseksuele man.

Niet alleen sperma
Manon de Jongh (33) en Lone Fischer (51) wisten wat ze wilden: niet alléén sperma, maar ook een vader die een actieve rol heeft in de opvoeding. "Dat is beter voor het kind", zeggen de twee vrouwen, die beiden werken als organisatiepsycholoog. Volgens hen biedt 2+2 meer stabiliteit. "Enerzijds omdat het 'twee tegen twee' is en anderzijds omdat we de beslissing met z'n vieren nemen.

Eén vader had ook gekund, maar stel je voor dat die man een nieuwe partner krijgt die geen voorstanders is van dit project", vertelt de Nederlandse Manon, die sinds 2008 in Denemarken woont met haar Deense vrouw. Daarom was het profiel van Jakob en George zo aantrekkelijk: "Ze waren een echtpaar, net als wij, en al negen jaar getrouwd," zegt Manon.

De vier bleken op een steenworp afstand van elkaar te wonen en organiseerden een ontmoeting in een café in de Deense universiteitsstad Aarhus. "Ik durfde bijna niet naar binnen, ik voelde me net als Bambi op het ijs", herinnert Manon zich.

"Toen Jakob en George voor ons stonden, was het enige wat we konden uitbrengen: 'Is dit niet een beetje vreemd?' Waarop we allevier in lachen uitbarstten."

Kaarten op tafel
De twee stellen legden snel de kaarten op tafel: Manon wilde moeder worden en Jakob vader. "Het voelde als een mengeling van een date en een sollicitatiegesprek," vertelt Manon.

Manon wist al jarenlang dat ze graag een kind wilde. Maar Lone twijfelde enigzins. "Ik ben ouder dan Manon en heb al een volwassen zoon. Mijn ouders leven niet meer en mijn familie woont ver weg. De moeder van Manon woont in Nederland, haar vader in Dubai. Wij werken allebei voltijds. We waren te kwetsbaar. Stel je voor dat Manon komt te overlijden, dan sta ik daar als rollator-moeder," aldus Lone.

"Toen gingen we verder praten: wat dan?", zegt Manon.

Ongeveer vier kilometer verderop, in een vergelijkbare groene woonwijk zitten de twee toekomstige vaders Jakob Sønderskov Sørensen (37) en George Hinge (40). Via de site van het Regenboogkind hadden ze al contact gehad met vijf single vrouwen.

"Maar we voelden geen klik. Met Manon en Lone was het anders", vertelt Jakob, die docent is op een middelbare school. "Wij zijn allebei twee sterke, extroverte persoonlijkheden en deze vrouwen konden ons tegenspel bieden", aldus George, werkzaam als universiteitsdocent.

Jakobs lang gekoesterde vaderwens kwam weer bovendrijven toen hij enkele jaren geleden overspannen raakte en veel tijd had om na te denken. "Ik had die wens lange tijd weggedrukt. Al onze tijd ging op aan onze carrières en het inrichten van ons leven. Daarom is het ook goed dat we met z'n vieren zijn, want soms bekruipt me de vrees dat ik straks niet genoeg tijd heb voor een kind", vertelt Jakob.

Namen ouders en kind
Daarna gingen de vier met elkaar om de tafel zitten en stelden een lijst op van te bespreken onderwerpen. "Wat geven we ons kind mee in het lunchbakje naar school, wanneer mag het een computer, wanneer snoep en kopen we wel of geen merkkleding?"

Ook de juridische aspecten, ouderlijk gezag, erfenis en testament kwamen aan bod. "Dopen we ons kind en welke naam kiezen we? Van groot tot klein, geen enkel onderwerp was taboe", vertelt Lone. De twee echtparen bleken veel dezelfde waarden en normen te hebben.

"Ook onze eigen rollen bespraken we. Want hoe noemen we onszelf? Dat is belangrijk voor jezelf, het kind en de omgeving", zegt George. "Voor mij is de 'vriend van Jakob' niet genoeg, want ik moet het kind straks ook ophalen uit het dagverblijf. Misschien dat het kind straks far (vader) zegt tegen Jakob en papa tegen mij", aldus George.

Jakob liet zich testen op erfelijke ziekten en daarna kwam de bevruchting ter sprake. Zowel huisarts als vruchtbaarheidskliniek raadden de doe-het-zelf-methode aan bij hen thuis.

"We waren allemaal enorm nerveus", vertelt Lone lachend. "Jakob ging met een koffiekopje naar de wc. Daarna bracht ik het zaad in bij Manon met een pipet. Ik herinner me nog dat ik riep: 'Schiet op, het mag niet koud worden!'" Bij de derde poging was het raak.

En een aantal weken later, bij de eerste echo in het ziekenhuis, stonden er vier stoelen klaar en had de vroedvrouw dubbele tijd gereserveerd.

Kind delen
Af en toe twijfelt Manon nog wel: "Onze basis is heel goed en ik weet dat we alles kunnen bespreken. Daarom denk ik niet dat het fout loopt. Maar ik weet wel dat er moeilijke momenten komen. Ik heb geen idee hoe ik reageer als ik straks mijn baby moet wegbrengen. Ik doe het, want dat hebben we afgesproken, maar diep in mijn hart voel ik ook een angst. Dat is menselijk."

Kennissen van Jakob en George hadden dat punt al aangestipt: stel je voor dat de moeder het kind niet willen delen?

"Volgens mij gaat dat niet gebeuren. Integendeel, wij kunnen elkaar werk uit handen nemen. Ik zie juist een andere uitdaging: we moeten ervoor oppassen dat we het kind niet overstimuleren of te veel verwennen met zijn vieren", aldus George.

Onderlinge concurrentie
Manon ziet weer een andere uitdaging: "Misschien vindt het kind het straks wel leuker bij Jakob en George, omdat ze mooier speelgoed hebben of lekkerder eten. Ontstaat er dan een soort onderlinge concurrentie?

"Als dat gebeurt, moeten we daarover praten. Dan moet ik leren om mijn eigen behoefte opzij te zetten en te kiezen wat het beste is voor het kind."

"Onze dochter is er nog niet, maar we voelen ons nu al sterk verbonden met elkaar. We eten regelmatig samen en hebben elkaars familieleden en vrienden ontmoet. Een tijd geleden hadden we een afspraak, maar omdat Manon last had van misselijkheid en ook Lone een beetje ziek was, wilden zij het afzeggen.

We zijn toen toch gegaan, met een boeket bloemen. Daar zaten we bij elkaar, Manon en Lone in hun huiskloffie. En het voelde goed. We voelden: dit is ons gezin", zegt Jakob.

Ook in Nederland is de 2+2 constructie in opkomst. Zie verder: www.meerdangewenst.nl

Samen recht op verlof

Na de geboorte hebben Manon en Jakob samen recht op 52 weken verlof. De moeder heeft recht op vier weken vóór de bevalling en veertien weken erna. De vader krijgt veertien dagen na de bevalling. Vervolgens mogen moeder en vader 32 weken verlof opdelen. Of het salaris volledig wordt doorbetaald en hoe lang, is afhankelijk van de arbeidsovereenkomst.

Lone en George hebben geen recht op verlof, maar hebben al afspraken gemaakt met hun werkgevers zodat ze na afloop van dat eerste jaar betaalde vakantie opnemen en periodiek minder uren werken. Voor kinderen onder de vijf geldt bovendien dat de juridische ouders een aantal 'zorgdagen' per jaar kunnen opnemen. Ook mogen zij vrij nemen op een eerste ziektedag van het kind, zodat de moeder of vader kan thuisblijven.

Trouw 25 mei 2012, copyright Petra Sjouwerman